Jos Bloo begint zijn verhaal exact bij het begin. ‘21 november 1946”, zegt hij, “toen hebben ze mij op deze aardbol gezet.” En vanaf dat moment speelt zijn leven zich af rond een plek in Vilsteren die iedereen kent: de garage.
Hij groeit op in een gezin met acht kinderen, als derde in de rij. Zijn vader heeft een landbouwmechanisatiebedrijf, maar dat is maar een deel van het verhaal. In een dorp als Vilsteren ben je nooit maar één ding.
Zijn vader was ook taxichauffeur. Mensen van het station ophalen, naar de kerk brengen. Dat soort werk. Het station van Vilsteren was er toen nog. Jos vindt het jammer dat het verdwenen is. “Als je Dalfsen ziet, denk je: dat had hier ook kunnen staan.”
De garage was een plek waar van alles samenkwam. Werk, mensen, verhalen. Daar groeide hij op. Maar zijn vader had ook nog een andere kant: muziek. Hij was er gek van. Zingen, koren, oefenen. Dat botste soms met het werk. “Hobby gaat voor werk, en werk voor hobby,” zegt Jos. Het was zoeken naar balans. Ook voor het gezin.
Zelf had Jos niet direct iets met het bedrijf. “Ik had een hekel aan smerige nagels.” Toch rolde hij er langzaam in. Zoals dat gaat. Niet omdat het moet, maar je kon er ook moeilijk omheen.
Daarnaast zocht hij zijn eigen weg. Dingen die toevallig op zijn pad kwamen. Biljarten bijvoorbeeld. Via een collega ontdekte hij het. Eerst onwennig, daarna met plezier. Zo groeide er steeds weer iets nieuws. Zingen in het koor.
Daar ontmoette hij ook zijn vrouw. Niks geen geplan of zo, maar gewoon doordat je elkaar tegenkomt. Stiekem een briefje in de jaszak doen. Zo begon het.
Het koor zelf groeide ook. Van een jongenskoor naar een jongerenkoor, later een groter geheel. De kerk zat vol. Mensen stonden in de gang. Muziek bracht het dorp samen.
Het dorp zat vol van dat soort verbindingen.
In Vilsteren speelt het landgoed een grote rol, verteld Jos. Altijd al. Vroeger keken de mensen daar tegenop. De rentmeester had gezag. Er waren regels. Je meldde je als er iets was, je vroeg toestemming als je iets wilde veranderen. Het dorp Vilsteren staat immers op het landgoed, wij betalen hier allemaal pacht
Maar volgens Jos is dat veranderd. De afstand is kleiner geworden. Het contact beter. “Tien keer beter,” zegt hij. Wat ooit hiërarchie was, is nu meer samenwerking.
Wat gebleven is, is de structuur van het dorp zelf. Verenigingen spelen daarin een grote rol. De KPJ bijvoorbeeld. Vanaf jonge leeftijd ben je erbij. Zeskampen, sportdagen, creatieve activiteiten. Niet alleen om bezig te zijn, maar om elkaar te leren kennen.
“Je creëert verbinding,” zegt Jos. En dat is misschien wel het sleutelwoord.
Want Vilsteren is klein. Compact. Maar juist daardoor kennen mensen elkaar. Weten ze wie bij wie hoort. Wie familie is, wie erbij gekomen is. Het dorp is geen verzameling huizen, maar een netwerk van relaties.
“Donders mooi en gezellig,” noemt Jos het.
Het lijkt allemaal zo eenvoudig, als je hem zo hoort, maar is misschien juist wel groots: de manier van samenleven hier waarin werk, muziek, familie en gemeenschap niet los van elkaar bestaan, maar voortdurend door elkaar heen lopen.






