Ze verstaat het plat, zegt ze, maar zelf spreekt ze het niet. Dat is misschien meteen veelzeggend voor haar positie: onderdeel van het geheel, maar ook net iets anders.
Mevrouw Cremers is hier geboren, op Landgoed Vilsteren. Daarna is ze een tijd weggeweest. Studeren in Amsterdam, een ander leven, een andere wereld. Maar helemaal weg was Vilsteren nooit. In de tussentijd kwamen ze er altijd nog, vooral in de zomers. Het bleef trekken.
In Amsterdam leerde ze haar man kennen. Samen keerden ze terug. Eerst een paar jaar in het koetshuis, en sinds 1995 weer echt in het huis zelf. Terug op de plek waar het begon, maar in een andere tijd, in een andere rol.
Wat haar opvalt – en wat ze zelf ook nadrukkelijk benoemt – is de saamhorigheid in Vilsteren. Dat woord valt niet voor niets. Ze ziet het, ze ervaart het, en ze voelt zich er zelf onderdeel van.
“Je schuift hier gezellig aan bij iedereen,” zegt ze.
Het gaat vanzelf. Het is niet georganiseerd, niet opgelegd. Het gebeurt gewoon.
En tegelijkertijd heeft iedereen zijn eigen verantwoordelijkheid. Dat geldt voor de bewoners van het dorp, maar ook voor het landgoed. Die verantwoordelijkheid ligt er nadrukkelijk. Niet als iets dat boven de gemeenschap hangt, maar als iets dat er middenin staat.
“Wij zijn er onderdeel van.”
Dat zegt ze heel bewust. Het landgoed staat niet buiten het dorp, maar maakt er deel van uit. En juist daarom moet je het samen doen. Samen uitzoeken hoe je verder gaat. Samen kijken hoe je omgaat met veranderingen, zonder kwijt te raken wat hier waardevol is.
Die manier van werken zie je ook terug in concrete dingen. Ze noemt de boerenmarkt, opgezet samen met de buurman. Niet als initiatief van één partij, maar als iets dat gezamenlijk ontstaat en gedragen wordt. “Niet één partij die ermee bezig is, maar gewoon samen.” En het loopt goed, zegt ze. Ongelooflijk goed zelfs.
Dat “samen” is geen slogan, maar een werkwijze.
Tegelijkertijd is Vilsteren geen gewoon dorp. Alles staat op grond van het landgoed. Dat betekent dat bewoners niet alleen met de gemeente te maken hebben, maar ook met de rentmeester. Wie wil verbouwen, klopt daar aan. Dat klinkt voor buitenstaanders misschien bijzonder, maar binnen Vilsteren is het onderdeel van hoe het werkt.
En achter die werkwijze zit een gedachte.
Het landgoed draagt verantwoordelijkheid voor het geheel. Niet alleen voor vandaag, maar juist voor de lange termijn. Voor hoe het dorp en het landschap zich ontwikkelen. Voor hoe je veranderingen toelaat, zonder dat je achter de waan van de dag aanholt.
Ze benoemt het heel concreet: je moet meebewegen met de maatschappij, maar niet overal in meegaan. Niet elke ontwikkeling klakkeloos volgen. Want het dorp is geen losstaande plek, maar onderdeel van een historische buitenplaats. Een parkachtige aanleg waarin alles met elkaar samenhangt.
De witte koepel, de kluizenaarshut, de wandelpaden – het zijn geen losse elementen, maar onderdelen van één geheel. En het dorp hoort daar ook bij.
Dat betekent dat je niet overal zomaar huizen neerzet, ook al zou dat technisch misschien kunnen. Soms moet je iets niet doen, juist om het geheel te bewaren. Dat is een verantwoordelijkheid die bij het landgoed ligt, maar die ook invloed heeft op iedereen die er woont.
En die verantwoordelijkheid stopt niet bij stenen of zichtlijnen.
Ze noemt ook nadrukkelijk de natuur. En de landbouw. Want een landgoed is geen museum. Er wordt gewerkt, geleefd, geboerd. De boeren moeten door kunnen gaan. “Ze moeten niet de nek omgedraaid worden,” zegt ze. Ook dat hoort bij het geheel.
Daarmee wordt duidelijk hoe breed die verantwoordelijkheid eigenlijk is. Het gaat om landschap, om historie, om gemeenschap, maar ook om economie en toekomst.
In het gesprek komt ook naar voren dat die rol van het landgoed in de loop van de tijd veranderd is. Vroeger was het feodaler, hiërarchischer. De verhoudingen lagen anders. Meer van boven naar beneden.
Nu is het anders. Meer horizontaal. Normaler, zoals het genoemd wordt.
Maar dat betekent niet dat het bijzonder karakter verdwenen is. De relatie tussen landgoed en dorp is er nog steeds. Alleen anders ingevuld. Meer in overleg. Meer als gezamenlijke verantwoordelijkheid.
En precies daar zit iets wezenlijks voor het verhaal van Salland.
Vilsteren laat zien dat gemeenschap niet vanzelf ontstaat, maar groeit uit relaties. Ook uit relaties die historisch ongelijk waren. Door die opnieuw vorm te geven. Door ze niet te ontkennen, maar te veranderen.
Door te zeggen: wij zijn er onderdeel van.
En door dat ook waar te maken.






