Toos Rietman-Vegterlo: Een levende herinnering aan de geschiedenis van Nieuw Heeten.

Toen Nieuw Heeten nog maar net bestond, werd Toos Rietman-Vegterlo geboren. Ze bleef er haar hele leven wonen. Samen vierden ze hun honderdste verjaardag. Wie haar levensverhaal volgt, volgt dus tegelijk de geschiedenis van een dorp dat volwassen werd. Toos verhuisde op haar 100ste naar Stevenskamp in Heeten. Tonny van der Sligte vertelt haar verhaal.

Interessant? Deel het artikel

Toos Rietman-Vegterlo: Een levende herinnering aan de geschiedenis van Nieuw Heeten.

Sommige mensen zijn zo nauw met een dorp verbonden dat hun levensverhaal tegelijk de geschiedenis van dat dorp vertelt. Dat geldt voor Toos Rietman-Vegterlo. Toen zij op 19 maart 1924 werd geboren, stond Nieuw Heeten nog aan het begin van haar bestaan. Sailent detail: Het was de feestdag van Sint Jozef, waar de pas gebouwde kerk en school naar vernoemd zijn. Bijna een eeuw lang zag zij het dorp groeien en veranderen. De zandwegen werden verharde straten, boerderijen maakten plaats voor nieuwe woningen en generaties kwamen en gingen. Toos bleef er tot haar 100ste. Haar leven en dat van Nieuw Heeten raakten onlosmakelijk met elkaar verweven.

Wanneer ik haar ontmoet in het verzorgingshuis de Stevenskamp waar ze nu woont is Toos 102 jaar. Ze zit er rustig bij en kijkt vriendelijk de kamer rond. De herinneringen komen niet meer zo gemakkelijk als vroeger. Op vragen antwoordt ze soms kort, soms met een glimlach. Regelmatig vullen haar dochter Wilma en zoon Bennie haar aan. Dat doen ze liefdevol, zonder haar woorden over te nemen. Samen vertellen zij het verhaal van een vrouw die een heel mensenleven in Nieuw Heeten heeft doorgebracht.

Toos Vegterlo werd geboren aan de Hemmekersmars. Ze komt uit een eenvoudig boerengezin. Het was geen groot bedrijf. Er was, zegt ze, een kalf, een koe en ook nog een paar kippen en wat grond. Veel boerenbedrijfjes rondom Nieuw Heeten begonnen er vaak met een stuk grond dat nog ontgonnen moest worden.

Toos voor haar huis in Nieuw Heeten

Op zesjarige leeftijd ging ze lopend naar school, ongeveer drie kilometer. Samen met buurjongen Oosterhuis, die haar onder haar hoede nam. Hand in hand. Eerst verplicht naar de kerk. Dat werd in het schoolrapport genoteerd. Op klompen liepen ze dwars door weilanden. Ook als het vroor of sneeuwde. De sneeuw klonterde vast onder de houten zolen. Ontbijten gebeurde pas na de mis; nuchter naar de kerk was toen vanzelfsprekend voor de kinderen van toen.

Voor kinderen van nu is het nauwelijks voorspelbaar: iedere dag lopend naar kerk en school, op klompen door de sneeuw, zonder ontbijt omdat je nuchter ter communie moest. Voor Toos was het geen bijzondere herinnering. Het was eenvoudigweg het leven zoals bijna alle kinderen op het Sallandse platteland dat kenden. Juist daardoor is haar verhaal meer dan een persoonlijke herinnering; het is een venster op de wereld die voorgoed verdwenen is.

Lang kon Toos niet naar school. Zoals bij zoveel gezinnen in die tijd moest er geld verdiend worden. Op haar veertiende ging ze werken. In een eerder gesprek ter gelegenheid van het 100 jarig bestaan van het dorp Nieuw Heeten, (toen nog gezellig kletsend) vertelde Toos in haar woning aan de Okkenbroekstraat dat ze twee jaar heeft gewerkt bij een oom en tante in Heeten. Daar moest ze keihard werken. Daarna heeft ze vier jaar in Lettele gewerkt bij Hein Bloemenkamp en tijdens de tweede wereldoorlog was ze werkzaam bij Haverkamp (de Bannink). Dat vond ze een angstaanjagende tijd. Veel herinneringen zijn in de loop van de tijd vervaagd, maar sommige beelden bleven hangen. Vooral aan het eind van de oorlog. Toen er ook in Salland hevig werd gevochten tussen de Canadezen en de Duitsers. Toos bracht toen met 31 mensen vijf bange dagen door in de schuilkelder. Ze heeft bij verschillende gezinnen gewerkt. Voor negentig gulden per jaar werkte ze lange dagen. Dat klinkt nu haast onvoorstelbaar, maar niemand keek ervan op.

In 1952 trouwde ze met Willem Rietman, die ook Pal werd genoemd. Bijnamen waren en zijn heel gebruikelijk in Salland. Ze leerde hem kennen op de kermis in Haarle. Voor veel jongeren in die tijd was een kermis de plek waar je je levensgezel ontmoette. Een woning bemachtigen was niet makkelijk, maar door bemiddeling van de pastoor konden ze gaan inwonen bij Marie Hakkerman (nu kapsalon Moood). Ook wel Fikken Marie genoemd. Deze weduwe, zonder kinderen, was oud en hulpbehoevend en woonde in een huis dat toebehoorde aan de kerk. “We mochten daar gratis wonen, maar dat betekende dat we tot haar dood voor haar moesten zorgen. Aan het eind brengen, werd dat genoemd. Ze werd 92 en daardoor was ik zes jaar aan huis gekluisterd.” In 1960 overleed Marie en moest het gezin Rietman het huis verlaten. Het bestuur van de kerk had besloten het huis te verkopen en daar had het gezin Rietman het geld niet voor.

Toos Vegterlo was de koningin van de straat tijdens het 100-jarige bestaan van Nieuw Heeten. Speciaal voor haar as er een koninklijke zetel gemaakt.

Het gezin kreeg een huurwoning toegewezen. Een van de eerste huurwoningen in Nieuw Heeten aan de Okkenbroekstraat. Willen Rietman werkte bij de slachterij van Hutten, middenin het dorp. Slachterij Hutten was toen belangrijk voor werkgelegenheid voor Nieuw Heeten. Door uitbreiding van het dorp was een slachterij op deze plek niet meer verantwoord en vertrok Hutten begin deze eeuw naar het industrieterrein van Heeten.

Bij het echtpaar Rietman werden zes kinderen geboren. Helaas kwam een van hen levenloos ter wereld. Dit kind mocht niet op het kerkhof in gewijde grond begraven worden, omdat het niet gedoopt was. Dat was bij de katholiek kerk in die tijd gebruikelijk. Voor Toos nog steeds een onbegrijpelijk iets. “Het was net of je zo’n kindje niet mocht hebben,’’ vertelt ze geëmotioneerd. Later werd voor deze kinderen die ‘achter de heg’ begraven werden op de begraafplaats van Nieuw Heeten een gedenkteken geplaatst met de tekst: GEDENKTEKEN VOOR ALLE KINDEREN HIER BEGRAVEN, ZO VER WEG MAAR TOCH ZO DICHTBIJ.

Ook was het gebruikelijk dat je als vrouw na elke geboorte eerst de ‘Kerkgang’ moest doen. Je werd als onrein beschouwd en mocht dus niet ter communie gaan. Toos vertelt: “Na de bevalling moest je een Mariaopdracht doen. Met een kaars in de ene hand en met de andere hand de slip van de manipel van de priester vasthoudend moest je in een volle kerk naar voren lopen en tijdens de hele mis geknield liggen voor het priesterkoor.” Dit ritueel wekte bij de ene vrouw weerzin op, voor een ander voelde het juist als dankbaarheid tonen. Toos onderging dit gebruik als iets dat je gewoon deed. 

Het leven van Toos werd wreed verstoord toen haar man in 1964 onverwacht overleed. Met vijf jonge kinderen bleef ze alleen achter. Dankzij de invoering van de Weduwen- en Wezenwet en door bij verschillende familie het huis schoon te houden, wist ze haar gezin overeind te houden. Hertrouwen kwam nooit in haar op; haar kinderen hadden haar zorg en aandacht nodig.

Toos toen ze haar honderdste verjaardag vierde!

Wie daar nu op terugkijkt, vraagt zich af hoe ze dat allemaal voor elkaar kreeg. Zelf haalt Toos haar schouders er bijna over op. “Het moest gewoon.” Dat typeert haar misschien wel het meest. Geen grootse woorden, geen zelfmedelijden, maar doen wat nodig is. Haar kinderen herkennen dat nog altijd. Ze vertellen hoe hun moeder bleef werken, schoonmaakwerk aannam op de school, bij gezinnen in de huishouding. Alles in het teken van het gezin. Juist haar kinderen laten zien hoeveel bewondering zij daarvoor hebben. Bennie vertelt dat hij nog geen twee jaar oud was toen zijn vader overleed. Hij heeft hem nooit gekend. Toch spreekt uit zijn woorden geen bitterheid maar juist vooral respect voor zijn moeder. Zij zorgde ervoor dat haar kinderen niets tekort kwamen en gaf hun een thuis waarin hard werken, eerlijk zijn en naar elkaar omzien vanzelfsprekend waren.

Toch bestond haar leven niet alleen uit werken. Zodra het kon, zocht ze de gezelligheid op. Toos een vrouw die midden in het leven stond. Ze hield van dansen, van gezelligheid en van de mensen om haar heen. Ze ging jarenlang wekelijks zwemmen, volksdansen, kruisjassen en bingo en andere activiteiten in het dorp. Overal waar mensen elkaar ontmoetten, de soos voor ouderen de gymnastiek, voelde Toos zich thuis.

Ook op de Stevenskamp blijft ze doen wat ze altijd had gedaan, meedoen met rummikub. Een praatje maken en belangstelling houden voor mensen om haar heen. “Ik zit hier en dat is goed,” zegt ze nuchter. Dat ene zinnetje zegt misschien wel meer over haar karakter dan een lange beschrijving ooit zou doen.

Toos is meer dan de oudste inwoonster van het dorp (tot 2024). Ze is een levende herinnering aan de geschiedenis van Nieuw Heeten. Haar leven laat zien hoe veerkracht, eenvoud en verbondenheid een mens door moeilijke tijden kunnen dragen.

Word supporter van Verdrag van Salland

Verdrag van Salland is voor, maar ook van Salland. Word supporter en ondersteun ons. Door mee te doen of met een kleine bijdrage.

Doneer

Interessant? Deel het artikel

Hans Groote Schaarsberg

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang (op den duur) de update van de verhalen op Verdrag van Salland. We weten nu nog niet precies wanneer we de eerste nieuwsbrief uitdoen en hoe vaak die komt. Dat gaan we meemaken 😉

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang (op den duur) de update van de verhalen op Verdrag van Salland. We weten nu nog niet precies wanneer we de eerste nieuwsbrief uitdoen en hoe vaak die komt. Dat gaan we meemaken 😉

Gratis inschrijven

Ook interessant