Zijn dagen draaien om dieren. Niet omdat het moet. Maar omdat hij er plezier aan beleeft „Het verzorgen van de koeien en het kijken naar het resultaat, dat vind ik mooi.”
Die verbondenheid met dieren gaat verder dan het boerenbedrijf alleen. Wanneer hij een levende mol in een klem aantreft, doodt hij het dier niet. „Dan zet ik hem ergens anders weer uit.”
Ook over jagen spreekt hij opvallend terughoudend. Hij eet graag wild. Ree, haas of ganzengehakt vindt hij heerlijk. Maar zelf dieren doodschieten doet hij liever niet. „Ik heb er niks mee om dieren te moeten beschieten.”
Die houding komt voort uit een diepe verbondenheid met de natuur. Zijn opa leefde nog in een tijd waarin vrijwel alles uit het landschap werd gehaald. Een haas, een fazant of wat extra voedsel uit het veld hoorde vanzelfsprekend bij het boerenleven. „Je leefde dicht bij de natuur en je benutte wat die gaf.” Dat gevoel heeft Pros behouden.
Hij ziet zichzelf niet als natuurbeheerder of activist. Hij ziet zichzelf als iemand die verantwoordelijk is voor wat aan hem is toevertrouwd. Voor zijn koeien. Voor zijn land. Voor de weidevogels. Op een deel van zijn grond werken vrijwilligers die kievitsnesten opsporen. Rond de nesten blijft het gras staan zodat de jongen een kans krijgen. Met enige trots vertelt hij dat alle nesten op zijn land dit jaar succesvol uitkwamen.
Ook biologisch boeren vindt hij interessant. Officieel is hij geen biologische boer. Maar kunstmest gebruikt hij niet. Bestrijdingsmiddelen evenmin. „Eigenlijk boer ik al biologisch.”
Het zijn uitspraken die misschien verrassend klinken uit de mond van een traditionele melkveehouder. Maar juist daarin schuilt iets typisch Sallands. Geen grote woorden. Geen ideologie. Gewoon zorgen voor wat aan je is toevertrouwd.
Omdat de koe zichzelf niet kan redden.






