Wie was Kruiden-Marie en wat heeft ze met Heino?

Lang voordat de moderne zorg bestond, vertrouwde men in de Salland op de kracht van de natuur en de wijsheid van lokale helpers. Kruiden-Marie was zo’n iemand, ze wist mens én dier te genezen. Henk Hullen onderzocht haar geschiedenis. Een geschiedenis die ons vandaag de dag uitdaagt om weer met andere ogen naar onze leefomgeving te kijken.

Interessant? Deel het artikel

Wie was Kruiden-Marie en wat heeft ze met Heino?

Alle citaten uit Hei en Dennen, 1897 – Eli Heimans, Jac. P. Thijsse.

“Waar nu de spoorlijn van Zwolle naar Almelo ligt, een kwartiertje bezijden de breede zandweg, die dwars over de heide van het dorp Heino naar Raalte voerde, woonde indertijd een oude vrouw, die daar in de buurt bij ieder bekend stond onder de naam van Kruiden-Marie.”

Kruiden-Marie kreeg bekendheid toen Eli Heimans in 1897 samen met Jac. P. Thijsse over haar schreef in zijn boek ‘Hei en Dennen’. Hij wijdde zo’n twintig pagina’s aan de vrouw die hij zo’n 20 jaar daarvoor, rond 1876, had ontmoet op de hei in Heino.

Kruiden-Marie besteedde een groot deel van haar leven aan het verzamelen van planten en dieren in de buurt van Heino, waarvan ze in haar vele potten extracten maakte. Die vonden om hun geneeskundige werking gretig aftrek bij apothekers in de regio, o.a. in Zwolle. “Zij wist nog beter raad voor ziek vee en vooral voor geiten en kinderen dan de veearts en de dokter met hun beiden; en als de arbeiders geen geld hadden, om dadelijk de kruiden te betalen, dan vroeg ze maar een kop koffie en een snee stoete voor betaling; en ‘t zieke kind van Harm Krol, die zelf ziek was en niet meer werken kon, had ze genezen voor niets, en nog eieren op de koop toe gegeven.”

Ze woonde in de buurt van station Heino, zo’n tweehonderd meter achter de Schaarshoek, aan het spoor, in de gemeente Wijhe. De katerstede stond bekend als het Pakkies en werd in 1880 afgebroken omdat het boerderijtje te dicht tegen het spoor lag.

Uit ontmoetingen

“Om de twee of drie weken liep ik indertijd ‘s morgens vroeg langs die heiweg naar Raalte, en tegen de nacht keerde ik meest langs diezelfde weg terug. Als ik ‘s zomers tijd over had, ging ik geregeld mijn broodje zitten eten aan de rand van een meertje op de heide, waar ik mooie bloemen wist te groeien.”

Eli was daar omdat zijn vader, Jacob Israël Heimans, hem op pad stuurde vanuit Zwolle over de hei naar Raalte om kleding weg te brengen die was geverfd en nieuwe kleding op te halen. Lopend, wel te verstaan.

Eli trof Kruiden-Marie toevallig in de buurt van het huidige Jacobs Gat. Hij probeerde met behulp van een op school gekregen zakflora de namen van planten te achterhalen. Plotseling stond zij daar. Zij wist Eli te overtuigen van de juiste Latijnse benaming van een bepaalde plant. De twee kregen door die ontmoeting een band en Kruiden-Marie nodigde Eli uit haar te bezoeken in haar huisje op de hei. Zo zag met eigen ogen hoe haar huisje er van binnen uitzag.

“Op de tafel, op de kast, voor het venster, langs de wand, overal flesschen met dieren op sterk water, en doozen met glazen deksels, vol met vlinders en torren. Hier en daar hing aan een touwtje een gedroogde vleermuis te bengelen; op plankjes zag ik hazelwormen en slangen bevestigd; overal in het rond dieren, en daartusschen in bloempotten, maar ook op glazen, in schotels, in kopjes en op drankfleschjes levende, bloeiende planten.”

Er volgden meer ontmoetingen. Tijdens een van die ontmoetingen tekende Eli Kruiden-Marie met op haar rug de mand waarin ze de planten en kruiden verzamelde. Uit de tekening blijkt duidelijk dat Eli veel moeite deed om zijn herinneringen zo natuurgetrouw mogelijk weer te geven. Hij tekende haar gezicht diverse malen voor de grootst mogelijke gelijkenis.

Uit overleveringen

De schrijver Anton J.A. Schrijver uit Dalfsen deed onderzoek naar zijn familie en kwam zo in contact met Gait Kamphuis die jarenlang woonde aan de Schaarshoekweg. Het was Gait die Anton op het spoor zette van Kruiden-Marie, die naar hij vertelde vroeger op zo’n negentig meter afstand van de schuur naast zijn boerderij woonde.

Anton wilde meer weten van Kruiden-Marie en kwam via via in contact met de moeder van Bertha Weerdmeester-van de Wetering, een familie die voorheen aan de Bornweg 3 (boerderij de Leeuw) woonde, dicht bij Kruiden-Marie. Zij vertelde dat zij en andere kinderen uit haar jeugd een spotversje hadden voor het kruidenvrouwtje, dat zij Potten Marianne noemden en soms “ook ‘teuverhekse’; en als zij zeker wisten, dat de vrouw het toch niet hooren kon, durfden zij haar dat ook wel naroepen”:

Potten Marianne-met de stok in de hande
met de piepe in de bek
Potten Marianne is half gek.

Anton Schrijver heeft in zijn boek ‘Het Dalfser Sterrebos En Wijde Omgeving’ dit alles uitgebreid beschreven.

Veel onderzoek

De afgelopen jaren is intensief onderzoek gedaan naar kinderloze echtparen die in die periode, aan het eind van de 19e eeuw, in Wechterholt woonden. In ‘Hei en Dennen’ beschrijft Eli een gesprek met Kruiden-Marie die ook getrouwd en kinderloos was, maar alleen woonde in het huisje:

“Ja, we konden ‘t samen niet recht vinden … We hebben mekaar het leven lastig gemaakt; we hadden het best kunnen hebben, maar als de één van de groote stad houdt en de ander van het stille land, gaat het niet.”

Als echtpaar hebben ze dus nooit samen in het huisje op de heide gewoond. Na de dood van haar man ging zij daar alleen wonen. Hij had al zijn geld aan de kerk nagelaten en zij beheerde de erfenis van haar man. “Dat hij al zijn geld aan de kerk vermaakt heeft, hindert mij niets …”

Eli Heimans omschrijft haar als wijze vrouw, meer dan boerin. In het dorp werd verteld dat regelmatig heren met hoge hoeden naar het huisje kwamen. Zij omschreef ze zelf als “kostgangers”.

Wie was Kruiden-Marie echt?

Al het onderzoek naar de exacte plaats van het huisje, naar de vroegere bewoners, naar de samenstelling van de bevolking in Wechterholt, naar kinderloze echtparen plus het prachtige verhaal van Eli Heimans hebben mij uiteindelijk geleid naar de persoon waarvan ik met 98% zekerheid kan zeggen dat het Kruiden-Marie is. Zij is Elisabeth Sarah Alida van der Gronden, geboren in Zwolle in het jaar 1812 en overleden te Zwolle in de Koestraat op 22 mei 1887 op de leeftijd van 75 jaar. Zij is in 1953 getrouwd te Zwolle met Derk Hendrik baron Bentinck tot het Nieuwenhuis (Nijenhuis). Derk Hendrik is geboren te Wijhe (op het Nijenhuis) op 24 augustus 1804 en overleden op 25 februari 1871 te Raalte.

Met dank aan de heer Wim Hoogeland van Archivariaat Bentinck-Schoonheten, Herman Overkamp en Peter Weller, beiden van Vereniging voor Heemkunde ‘Omheining’ Heino.

Fotobijschriften:

Derk Hendrik baron Bentinck tot het Nieuwenhuis. Bronvermelding: W. Hoogeland archivaris Bentinck-Schoonheten

Elisabeth Sara Alida van der Gronden . Bronvermelding: W. Hoogeland archivaris Bentinck-Schoonheten

Word supporter van Verdrag van Salland

Verdrag van Salland is voor, maar ook van Salland. Word supporter en ondersteun ons. Door mee te doen of met een kleine bijdrage.

Doneer

Interessant? Deel het artikel

Hans Groote Schaarsberg

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang (op den duur) de update van de verhalen op Verdrag van Salland. We weten nu nog niet precies wanneer we de eerste nieuwsbrief uitdoen en hoe vaak die komt. Dat gaan we meemaken 😉

Gratis inschrijven

Plaats de eerste reactie

Blijf op de hoogte

Abonneer je op onze nieuwsbrief en ontvang (op den duur) de update van de verhalen op Verdrag van Salland. We weten nu nog niet precies wanneer we de eerste nieuwsbrief uitdoen en hoe vaak die komt. Dat gaan we meemaken 😉

Gratis inschrijven

Ook interessant